|
Ons clubblaadje Toen ik na een lijvig artikel over de imitatiedrift op de Nederlandse televisie een al even doorwrocht stuk inleverde over Bekende Nederlanders die zich inzetten voor het goede doel bleek het enthousiasme voor mijn bijdragen bij HP/De Tijd enigszins geluwd te zijn. De editie met mijn coverartikel had het beneden de norm gedaan in de losse verkoop. Als televisiemaker kan ik leven met die graadmeter, het lijkt mij een mooi equivalent van kijkcijfers. Ik heb geen moeite met die afrekening. Je werkt voor een massamedium, dan wil je ook massa. Zo wil ik ook graag en vind ik het zelfs belangrijk dat er goed nagedacht wordt over het medium televisie. Dat prikkelende en provocerende gedachten gedeeld worden, aanklachten en beschuldigingen bij de juiste personen terecht komen, ontwikkelingen en tekortkomingen blootgelegd en geanalyseerd. Ik heb geen idee hoeveel uitgeprocedeerde mediastudenten jaarlijks op de markt worden losgelaten en ik weet al helemaal niet waar ze blijven. Een paar drs-en die ik ken zijn terecht gekomen bij mediabureaus. Liefst gebaseerd op harde cijfers plennen zij commercials in. Ze lijden onder het GRP-juk. Umfeld is in die kringen een buitenlands woord. Soms hebben ze mazzel, dan komen ze daadwerkelijk in de redactie van een tv-programma. Ineens blijkt de gave een koffieautomaat schoon te maken dan toch relevanter dan bekendheid met Network Television Programming van Blum en Lindheim. Op de hoogte blijven van het wereldgebeuren doe je alleen voor zover relevant voor je werk (heb je niks aan bij Lingo), discussie over ‘Patries in de Playboy’ doet het aan de lunchtafel echt beter dan hoe ver je mag of moet gaan met kandidaten die dankzij DNA ontdekken dat hun vader niet hun verwekker is. Gelukkig hebben wij de beschikking over wat ik wellicht wat denigrerend maar liefdevol bedoeld ‘ons clubblaadje’ noem, maar dat toch heel wat majestueuzer Broadcast Magazine heet. De cover van de vorige editie werd gesierd door een man met vet achterover gekamd haar, een krachtig boksershoofd en een fantasievol grijs jasje over een zwart overhemd. Dat bleek dan Jan-Willem Brüggenwirth te zijn, de baas van Radio 538. Vast heel lief voor vrouw en leuk met zijn kinderen, maar zo’n portret zet je toch niet op de cover? Trouwens, vooral mij ook niet, zie nummer 242. Eenmaal binnen stuitte ik op een interview met de commissaris programmatoezicht en juridische zaken bij het Commissariaat voor de Media, de Managing Editor van CNN International en de Manager Development & Partnership bij Hyves. Heel interessant allemaal, maar slechts een gesprek met Robert Jensen mocht ook nog eens prettig leesvoer genoemd worden. Wat ik wil (en dus maar eens opschrijf bij een wisseling van het hoofdredacteurschap) is een blaadje dat streeft naar zoveel mogelijk lezers in mediakringen en dat is vooral te bereiken met een inhoud die zowel aantrekkelijk als relevant is. Duik in de wereld van de sponsoring. Analyseer het succes van De wereld draait door. Maak eens een overzicht van de formatexport. Zet wat de Nederlandse tv doet in het allochtonenverhaal op een rijtje. Spot nieuw talent. Laat bijzondere makers aan het woord. Volg de ontwikkelingen in sportverslaggeving. Wijs je lezers op not-to-miss-tv. Duik in de vermeende oneerlijke concurrentie tussen de publieken en de commerciëlen. Verschaf een overzicht van hoeveel en waarover zoal in Hilversum vergaderd wordt. En wat de consequenties zouden zijn als postkamers, recepties en andere ondersteunende diensten samengevoegd zouden worden. Dat is researchjournalistiek en dat kost tijd en dus geld. Daarom moeten er ook meer abonnees komen. Broadcast Magazine moet gemaakt worden alsof het in de losse verkoop ligt. Dat betekent eerder Eva Jinek dan Jan- Willem Brüggenwirth op de cover. |