De risico's van naspel



Tot het beste dat de Nederlandse televisie te bieden heeft behoort het NCRV-programma Hello Goodbye. Bekwaam verzamelt Joris Linssen de stukjes van een legpuzzel, steeds nieuwsgieriger word je naar wie daar straks door die schuifdeuren van de aankomsthal zal komen. Dan is het zo ver. De camera draait om een knuffelpartij heen, het valt nog niet mee dat goed in beeld te krijgen. Dan lopen ze weg, liefst innig. Even nog kijken ze achterom, de liefde is gecelebreerd.
Hoe zal het ze verder vergaan?, denk ik dan. Zullen ze nog bij elkaar zijn? Is de bruiloft mooi geweest? Zal die vrouw die kanker heeft al dood zijn? Is dat Surinaamse jongetje al terug naar zijn moeder? Is die zielige man gelukkig geworden met zijn Russische bruidje?
Hello Goodbye Revisited, het is een mogelijke psin-off, een vervolgformat.
Maar ik weet wel beter.
Toen ik, eind jaren tachtig, werkzaam was bij Joop van den Ende belandde een vhs van een Engels programma op mijn bureau. Het was een aflevering van Surprise, surprise, dat door Londen Weekend Television gemaakt werd met zangeres Cilla Black als presentatrice. Dit was wat wij zochten voor Henny Huisman. Nadat het format was aangeschaft gingen we een kijkje nemen bij de opnamen in Londen. Het voelde meer als een snoep- dan als een studiereisje. Hallo! Wij werkten bij Joop van den Ende, wat kon je ons nog leren over televisie maken? Maar in de gesprekken bleek Surprise, surprise toch zo zijn geheimen te hebben.
De belangrijkste les die wij leerden betrof de aanpak van de zogenaamde eindreünie, het laatste onderdeel van de show. Als tante Nel, die herenigd zou worden met haar 23 jaar geleden naar Nieuw-Zeeland geëmigreerde broer Cor, op de bank plaats nam moest de presentator eerst maar eens zorgen dat je haar ging mogen, dat je haar wat gunde. We staken op dat zo’n kennismakingsgesprek best even mocht duren. Plotseling in de spotlights gezet, de trap afgedaald, door de camera’s overvallen en plaatsgenomen naast Henny Huisman geraakten de kandidaten in een soort tunnelvisie, die logisch denken geheel onmogelijk maakte. Je kon zeggen: ‘Hoeveel broers heeft u?, je kon vragen: ‘En waar wonen ze?’ en nooit zeiden ze eens: ‘Nou, kom nou maar op met die broer van me, ik weet ook wel dat hij achter die deur staat’.
En vervolgens trad een Hollywood-wet in werking, niet die van ‘enter late’, wel die van ‘leave early’. Snotterend hingen ze in elkaars armen, dan moest je ze niets meer vragen, dan moest je discreet afstand nemen. Dan keek Henny even toe en dan liep hij weg en dan zong hij: ‘Surprise, surprise, het onverwachte is de mooiste prijs…’ De emotie ijlde na in de huiskamer.
Hoe zou het ze verder vergaan? Niet zelden belde tante Nel al na een paar dagen met de redactie. Ze had broer Cor te logeren en ineens wist ze weer waarom ze hem eigenlijk 27 jaar niet gemist had, waarom ze nooit eens hadden gespaard voor een ticket naar Nieuw-Zeeland, waarom ze destijds blij waren geweest dat hij geëmigreerd was. We leerden dat het ticket voor de terugreis open moest zijn.
Het zijn liefst mooie verhalen die de televisie vertelt. De verwachting van oprechte liefde, de belofte van een mooie toekomst. Wat je ziet is maar een deel van de werkelijkheid. Wat je voelt is het vervolgverhaal. Dat is de hoop, de troost die televisie biedt. Al te vaak wordt een succes uitgemolken. Deze zomer gaat Ursul de Geer op bezoek bij mensen die hij ontmoet heeft in ’t Is hier fantasties. Wat excessief, ontroerend of anderszins opmerkelijk was kan zodoende opnieuw worden uitgezonden. Afgelikte Breezer-sletjes en stomdronken geilneven zullen vast brave burgers zijn geworden. Alles gaat voorbij, zo is het leven. Maar daar waar televisie escapisme is moet vooral de illusie in stand blijven. Laat ze maar los, Joris.