|
Gewone mensen Het was een relaxte opname van het NCRV-programma Rondom 10. Een jaar of vijftien, zestien geleden. Ik zat er als programmadirecteur van RTL 4. Het ging over hoe de televisie omging met de ‘gewone mensen’, meen ik. Je had toen nog lang niet zo veel gewone mensen op de televisie als tegenwoordig. De aanleiding voor mijn deelname aan Rondom 10 was het programma Lief en leed waarin het niet eens zo ingewikkeld bleek mensen met hun hoogstpersoonlijke en vaak intieme verhalen voor de camera’s te krijgen. Ineens haalde presentator Cees Grimbergen een document te voorschijn waar ik commentaar op moest geven. Het was een – naar bleek een door John de Mol Produkties opgestelde – zogenaamde ‘quitclaim’. Het was toch werkelijk een schandaal dat die naïeve mensen zich zo met huid en haar over moesten leveren aan die niets-ontziende, ja, perversie televisiemakers. Zoveel jaren later is het knevelen van kandidaten een deel van de business geworden. De artiesten van de talentenjachten krijgen de platenmaatschappij opgedrongen, de fotomodellen hebben geen keuze in door wie zij vertegenwoordigd zullen worden. Maar zelfs met de kandidaten van Het zesde zintuig is zakelijk gewin te halen. Dat dacht althans producent TéVé Holland. De deelnemers van de paranormale competitie kregen dan ook een contract ter ondertekening voorgelegd waarmee zij zich verplichtten voor drie jaar alle ‘zakelijke opportuniteiten’ aan TéVé Holland voor te leggen, via TéVé Holland te laten lopen. Toen de deelneemster die derde werd in de eerste serie (voor de KRO), Liesbeth van Dijk, de kans kreeg voor een andere productiemaatschappij, Masmedia, in een concept te stappen dat om paranormale kinderen zou gaan draaien maakte TéVé Holland de gang naar de rechter. De zaak kreeg vervolgens publicitair nauwelijks aandacht. Slechts de Story vulde er een pagina mee, maar daar is Liesbeth van Dijk dan ook de huishelderziende. Uit de stukken blijkt dat TéVé Holland de kandidaten wist te strikken zonder een vergoeding te betalen, slechts reiskosten. De producent bood een ‘etalagemogelijkheid’ en wilde dus een vinger in de pap houden. Bovendien, zo werd gesteld, waren investeringen gedaan en die moesten worden terugverdiend. De rechter bleek niet gevoelig voor de argumenten van de eiser. Die investeringen waren na drie series en bovendien verkoop aan het buitenland wel weer goedgemaakt, daar hoefde je geen kandidaten voor aan het lijntje te houden. ‘Het drie jaar lang inzetbaar houden van oud-kandidaten zonder tegenprestatie is onredelijk te achten’, valt te lezen in de beoordeling onder 4.2. Daarmee zijn dertig paragnosten op hol geslagen! Het is maar een case. Maar het is ook typerend voor hoe veel tv-makers met de wannabe’s omgaan. Zelfs een uitrijkaartje voor het parkeerterrein zit er vaak niet eens in. Even een telefoontje de volgende dag pleegden alleen Barend en Van Dorp. De budgetten zijn krap en op zoek naar eeuwige roem, harde pecunia of domweg aandacht komen ze desnoods kruipend naar de studio. Maar als ze hun kunstje gedaan hebben worden ze in de steek gelaten. ‘Der Mohr hat Seine Schuldigkeit getan, der Mohr kann gehen.’ In opstand zullen ze niet komen, ze zullen zich niet verenigen. Ze willen zo graag op de televisie, met hun talent, hun gave, hun wens, hun eigenaardigheid. Maar ze zijn meer dan materiaal. Ze verdienen respect, waardering en soms nazorg. Voor de gewone mensen is de uitspraak in het vonnis van de Rechtbank Amsterdam dan ook goed nieuws. |