|
De formatbusiness Toen ik Korenslag bedacht (vanaf 6 december terug op Nederland 2) dacht ik niet aan Henny Huisman. Pas toen ik een gesprek met Henny Huisman had dacht ik weer aan Korenslag. Dat het uiteindelijk door de EO geadopteerd werd mag wel een Gods wonder heten. Alles kwam samen: de EO wilde ook wel eens groot amusement, koren vind je veel in de achterban en Henny Huisman was al binnen. Ik word (had ik maar geen contactformulier op mijn website moeten zetten) ‘lastig’ gevallen door a. studenten die aan een scriptie werken b. wanna-be-presentatoren en – trices c. hoopvolle particulieren die een briljant format in de pocket hebben. Ik voer een ontmoedigingsbeleid. De formatbusiness was al ongezond voor de kredietcrisis losbarstte. In de eerste plaats heerst de kopieerzucht. Was Donald Trump succesvol met The Apprentice, daar ging Bram Moszkowicz op zoek naar ‘een opvolger’. De ene ijsdansshow lokte de andere uit en talentenjachten bleken zo hun variaties te hebben. Iets dat lijkt op iets dat er al is (en aanslaat) maakt kans. In de tweede plaats wordt de primeur geschuwd. Een concept dat zich al in het buitenland bewezen heeft krijgt de voorkeur. Zie Idols. Zie Evita/Joseph. Zie America’s Next Top Model. In de derde plaats heerst resultaatgerichte nostalgie. Wie ben ik? haalt meer dan een miljoen kijkers, In de hoofdrol komt terug bij de AVRO en dat Red mijn vakantie! is De Vakantieman anno 2008. Zoals ook Wegmisbruikers ‘leent’ van Blik op de weg (wat RTL al eerder deed als ’n Gevaar op de weg, toen ondernamen juristen nog een poging het te weren). Er is nog een vierde plaats: een zak geld meenemen. Een waar wonder in deze categorie is Het beste idee van Nederland. Volledig gesponsord begon het in een obscuur hoekje van Veronica, het werd tot een zaterdagavond-prime-time-hit op SBS 6. Dat je een programma verkoopt op een presentator is een zeldzaamheid. Het is dus (laat ik het zo zeggen) opmerkelijk dat Paul de Leeuw een productiemaatschappij begonnen is waarbij de personality als uitgangspunt voor een format dient. In zijn Vara Gids-column zei hij het zo: ‘Een programma begint bij een presentator.’ Bij een aantal grote formats uit de tv-geschiedenis is de presentator echter juist niet van essentieel belang. Als het wel zo was zouden er niet eens exportmogelijkheden zijn. Hans van der Togt deed Rad van Fortuin, maar dat hadden pakweg Edvard Niessing of Siebrand Niessen ook kunnen doen, Bij Big Brother was zelfs alleen een presentator nodig voor de wekelijkse show en dat bleek menigeen te kunnen doen. Ook Idols was niet afhankelijk van een sterke presentator. Sterker nog: het was een format dat zou lijden onder een sterke presentator. Carlo Boszhard had Idols dolgraag gepresenteerd, het is niet onwaarschijnlijk dat hij er te veel zijn personalityshow van had gemaakt. Zit Paul de Leeuw dus op het verkeerde spoor? Er zijn echte formats die hits werden mede dankzij de juiste presentator. Ik noem: All you need is love met Robert ten Brink, Taxi met Maarten Spanjer of De Surpriseshow met Henny Huisman. Wat we de afgelopen jaren nou juist zien is de opbloei van formats die minder afhankelijk zijn van wie op de voorgrond treedt. De zoektochten naar Evita en Joseph zijn niet afhankelijk van Frits Sissing, de talentenjachten, de ijsshows, de harde primetimequizzes, het zijn allemaal niet programma’s die begonnen bij de presentator. EVA (zoals het bedrijf heet) zal niet bedoeld zijn als opvanghuis voor dolende talenten, maar Paul de Leeuw en zijn maten doen er goed aan af en toe eens te vergaderen over een format zonder een gulzige presentator aan tafel. Ik hoor dat ze daar in Almere een geweldige Surinaamse kokkin in de keuken hebben staan, die lijkt mij moeilijker te vervangen dan de meeste presentatoren. |