Column: Swingen



Als ik 25 jaar niet alleen in een huwelijk maar ook in een isoleercel had gezeten dan was wat ik aantrof op de markt mindblowing geweest. De gsm was gekomen. De voicemail had zich naast het antwoordapparaat genesteld. Maar je had nu ook sms. Dat was een toevoeging. Met die tekstberichtjes kon je flirten, afspraakjes maken zonder de emotie van het persoonlijk gesprek of de traagheid van het postverkeer.
En dan was daar internet. Ook dat bleek een veilig medium voor vlotte communicatie. Bovendien was de drempel naar de relatiebemiddeling opgeheven. Er waren al bureaus die pogingen ondernamen een geschikte partner voor je te vinden, maar met de datingsites bleek dat niet alleen een stuk makkelijker, maar was bovendien het aanbod ongekend verveelvoudigd.
Ook was de staalkaart aan mogelijkheden voor seksueel verkeer nogal uitgebreid. Er was een filmkanaal voor wie nachtelijk porno wenste te zien en anders kon je ruim bij de videotheek terecht. Partnerruil was nog niet passé, maar wie zich in zulke verwikkelingen wenste te storten mocht zich ‘swinger’ noemen. Er waren parenclubs uit de grond gestampt en daar zag je reportages over op de televisie. Dat stemde niet per se vrolijk, de bezoekers van Fun4U of Fata Morgana kenmerkten zich door een hoog vetpercentage. Dat vouwde zich naakt over barkrukken, dat exposeerde zich maar smakeloos in een kluwen van flubberlijven, maar het bestond.
In mijn (post)puberteit had je ook seksshops maar die waren weggestopt in groezelige straatjes. Inmiddels waren ze opgerukt richting A-locaties. Wie zich desondanks niet in de seksshop wenste te vertonen kon terecht bij diverse postorderbedrijven. En dan was er nog veel meer betaalde sex, van telefoonsex tot snelwegsex, allemaal aangeboden op internet of in de advertenties in de Telegraaf.
De schaarste was opgegeven, de mogelijkheden waren talrijk.
Maar wat ik aanzag voor een sappig Luilekkerland bleek een vuilnisbelt met besmettingsgevaar te zijn. Het schoonheidsideaal van de gefotoshopte supermodellen maakte dat tal van vrouwen zich aan de buitenkant als mislukt begonnen te beschouwen. Er was een beweging waarin gepleit werd voor een keurmerk op pornofilms, waarin seksualiteit ‘gelijkwaardig en respectvol, maar toch spannend’ in beeld werd gebracht. Er was een documentaire op de televisie waarin kinderen bekenden wel heel jong al seks te hebben gehad, niet in het minst onder invloed van videoclips en desnoods tegen niet meer dan een Breezertje of een beltegoed. Er was nog een documentaire op de televisie en daarin werd gepleit voor een ‘erotisch beschavingsoffensief’, vooral in het onderwijs. Meer stemmen gingen op voor ‘betere, moderne en openhartige’ gesprekken in de klaslokalen, ook in progressieve politieke kringen. De gelauwerde auteur Tommy Wieringa stortte zich in de seksparty’s als Wasteland en trof ‘de totale seksuele beschikbaarheid van feestelijk aangeklede deelnemers en bezoekers’ aan, maar voelde vooral angst: achter de begeerte heerste het Niets. De porno-eisen, stelde Joost Zwagerman, ‘werken allengs intimiderender en jagen geen opwinding maar onzekerheid aan.’
Dat was goed kut allemaal, toen ik dacht dat ik het leuk ging hebben.

Column: Zo niet erotisch
Column: Fris