|
Being easy together Bert: Ik heb een hekel aan dat woord: LAT. Nog erger is het werkwoord: latten. Maar het is wat het is: jij hebt je appartementje, ik heb mijn huisje, bij elkaar zijn is een agendakwestie. We hebben een PLASA-relatie: Partly Living At Separate Addresses. Voor mij is het makkelijker dan voor jou: altijd ben jij bij mij. Jij sjouwt met je spullen op en neer, welke de nadelen zijn van deze constructie schets jij vaker dan ik. Ik wil liever uitwijden over het BET-deel van onze PLASA-relatie. BET staat natuurlijk voor Being Easy Together. Het is wonderlijk hoe we dat georganiseerd hebben zonder dat we het georganiseerd hebben. Nooit lopen we elkaar in de weg in de badkamer, twee wastafels zijn daarbij wel een must. Twee toiletten blijken trouwens ook handig. Evenals twee computers. Het is bijna alsof wij leven met een ongeschreven verkeersreglement. Als je arriveert (en zeker als het weer eens tegen gezeten heeft op de A1) moet ik je een uurtje met rust laten. Je moet even je draai weer vinden. Als we in de keuken zijn dansen we om elkaar heen zonder elkaar tot last te zijn. We vinden het heerlijk in elkaars armen te liggen, maar als we gaan slapen kleven we niet aan elkaar. Kijken we samen televisie dan verhuis ik naar naast je op de bank, maar net zo goed volg jij op het tweede toestel een kookprogramma, zonder geluid, dat wel, want er zijn veel rechten waar een man niet aan moet hechten, maar niet het recht de afstandsbediening te beheren. We doen nooit moeilijk over wat te eten. Jij bevredigt je gastronomische behoeften in fijne restaurants, als we bij elkaar zijn rommelen we maar wat, ieder afzonderlijk, want ik houd van koolhydraatrijke troep en meestal wil ik eerder eten dan jij. Voor iemand die zwaar gewend is aan zorgzame vrouwen is het verrassend aangenaam dat ik met opgeluchtheid constateer dat jij eigenlijk nooit vraagt: ‘Wil je ook koffie?’ We leven in ons eigen ritme en vinden de synchroniteit zonder daar moeite voor te hoeven doen. Het is iets magisch dat je overkomt, dat je niet kunt regelen. ‘Lekker makkelijk,’ zeg jij, ‘daar houden we van.’ Judith: Ongeveer twee jaar geleden is mijn man overleden. Dat is toch niet onopgemerkt gebleven? Gek genoeg krijg ik nog steeds kerstkaarten ter attentie van Robert en Judith Osborn. In welke tunnel hebben die mensen gezeten? Maar dit terzijde. Ik leerde Robert kennen toen ik 24 was. Zeventien jaar hebben we samengewoond. Althans… ik woonde bij hem. Hij had na zijn scheiding een groot en hoog grachtenappartement gekocht en dat geheel naar zijn smaak (en die van zijn architect) ingericht. Beeldig, hoor, niets te klagen, maar het was zijn woning, zijn huis, zijn plek. Al die jaren ben ik niet bij machte geweest om het ook van mij te maken. Wat ik ook deed, het bleef zijn huis. En ik heb me er nooit geborgen gevoeld. Vaak als ik in de auto zat, rijdend door Amsterdam, keek ik omhoog naar die gezellig verlichte ramen en vroeg mij af: ‘Wie wat huist daar?’. Dat wilde ik ook. Een plek van mezelf, voor mezelf. Na het overlijden van mijn man ging op zoek. En het is gelukt. Ik heb een fijn appartementje in de allerleukste straat van Amsterdam gevonden. Het is zo klein dat ik besloten heb er maar een grote walk-in-closet van te maken. Bij binnenkomst val je meteen met je neus in de schoenen, tassen, kleren en accessoires. De natte droom van elke vrouw. Zoals Bert het liefst al zijn boeken om zich heen heeft zo spin ik in mijn pits als een poes tussen mijn met veel bloed, zweet en tranen verzamelde opgeilende vrouwenattributen. Menigeen wordt tegen klaarkomen opgewonden in mijn kast. ‘Dit wil ik ook, dit wil ik ook,’ roepen vrouwen en ook mannen en heus niet alleen homo’s. Een eigen plekje waar je je van tijd tot tijd terug kan trekken. Let op mijn woorden: dit wordt de trend. Dat is de toekomst van de liefde. Lekker, makkelijk, iets helemaal van jezelf, daar houden we allemaal van. Er zullen meer walk-in-closets schuine streep crashplekken verrijzen voor alle geslachten en gezindten. Hoogstpersoonlijk ingerichte vertrekken waarin je ongegeneerd jezelf kunt zijn. Geborgenheid zoek je en kun je hebben op meerdere plekken. Bij Bert in zijn huis aan de sluis, op mijn vierkante meters in Amsterdam en in de toekomst met vestigingen in Londen, Parijs en New York. |