Ben je trots op mij ?



Bert:

Respect is essentieel, aandacht is van groot belang, trouw echt mooi meegenomen, maar toen ik pas verkering had met Judith moest ik even wat meer focussen op iets dat zij nogal van belang achtte: trots. Wellicht is het een gevoel dat ik bij mijn calvinistische opvoeding slecht heb meegekregen. Trots op jezelf is ijdel en daar maakt de Bijbel korte metten mee.
Toch vind ik het makkelijker ijdel dan trots te zijn, ijdelheid leidt tot vrolijkstemmende handelingen en wonderlijke avonturen, zeker in glamourland; trots kun je zijn op wat je zoal gepresteerd hebt, hoewel dat ook weer allemaal niet zo ingewikkeld was, want wat je deed was toch vooral woekeren met je talenten.
Nu leerde ik dat het weliswaar gepast mag zijn je eigen dunk maar een beetje te bagatelliseren, maar dat zulks geen pas heeft bij je partner.
Ik zag hoe zij haar autootje behendig achterwaarts in een klein plekje wist te manoeuvreren. Bewondering is familie van trots. Of ik keek om me heen in haar appartementje waar ze heel zorgvuldig en met oog voor detail een (voor dames jaloersmakende) walk-in-closet van gemaakt had en ik kon alleen maar applaudisseren om haar smaak en inzet. Zoals ik haar volslagen gebrek aan terughoudendheid tegenover bedienend personeel in horecagelegenheden eerst wat overdadig en belastend vond, maar toen ik moest constateren dat de obers en serveersters zonder zichtbare tegenzin het loopje naar de keuken voor wat extra mayonaise of de onontbeerlijke mosterd maakten vond ik het ook wel weer te waarderen hoe zij zelfs in die minieme pleziertjes geen genoegen nam met minder. En ik heb het nog niet eens over zaken die van iets meer gewicht zijn zoals haar niet-aflatende en hoogst persoonlijke creativiteit die ze stopt in haar ontwerpwerk of de energie die ze steekt in alles wat ze doet, of het nu een fotoshoot voor een glossy is of een item voor haar personalitysoap Weekje Osborn op RTV Noord-Holland.
Ik zat – kortom – hartstikke vol met trots. Het enige dat ik nog hoefde te leren was het niet bij waarderende blikken, subtiele complimentjes of liefdevolle tolerantie laten. Ik moest mij uiten. Wat – hoe onmannelijk ik mij vaak ook mag beschouwen – voor een man niet logisch is. Het is goed dat ik het eens opgeschreven heb.


Judith:

Sorry, meneer Van der Veer, maar daar trappen we mooi niet in! Maak dat de kat wijs. Welke kat? Voila. Wat een gemis aan ook maar enige zelfkennis! U bent arrogant en niet alleen overdag, maar zelfs ’s nachts. Zelfs gedurende uw slaap zegt u dingen als ‘Het is gewoon zo’ of notabene alleen maar ‘drieënzeventig’ met een stelligheid die geen discussie mogelijk maakt. Als er iemand overtuigd is van zichzelf, vol zit met zelfvertrouwen en dus ijdelheid en ook nog eens egocentrische en ja, narcistische trekken vertoont dan bent u dat wel…
Ik zeg u (‘zeg maar u… u’) want dat vind ik op zijn plaats aangezien ik op dit terrein veel van u kan leren, meneer Van der Veer. Zo werd ik gevraagd voor de show Let’s dance. Met veel bravoure en overmoed heb ik toen geroepen: ‘Ik doe Madonna.’ Maar met spijt, angst en knikkende knieën moest ik tot de conclusie komen dat ik alles behalve Madonna ben. Zij neemt zichzelf serieus, zij is arrogant, vol zelfvertrouwen met een berestrak lijf. Het enige dat ik gemeen heb met Madonna is mijn lengte. Daar heb je wat aan, NOT.
Ik schiet bij ongeveer alles wat ik doe in de lach, neem mezelf zo niet serieus en vind dat het altijd beter kan en dat ik tot op heden niets gepresteerd heb. Ik kan dus iets van u leren. Hoe u zich zonder schaamte en schuldgevoel op uzelf kan storten. Dat moet ik ook doen, denk ik dan. Zo moet dat. Gewoon volledig tegen mijn natuur in roep ik dan dus: ‘Ik doe Madonna.’
Okay, ik denk dat ik u niet zo leuk had gevonden als u niet zo boos en geïrriteerd had geroepen: ‘Ik heb het zo gehad met die zelfonderschatting van jou.’ Wat moest ik lachen en wat had ik een waardering voor u, omdat u mij op mijn plek zette.
Maar mag ik even? U bent zooo leuk, te grappig en erg slim. Ik leer van u mezelf serieus te durven nemen. Maar ik moet lachen als u het woord ‘trots’ niet op uzelf wenst te betrekken. U weet donders goed dat u het bent, u krijgt het alleen uw mond niet uit. Dan doe ik het maar: trots, trots, trots. Ik ben trots. Op mijn man. Nu op mezelf nog.